Wat als je niet durft?

Ken je dat, dat je op het punt staat om iets nieuws, iets groots, iets belangrijks te doen? Je maidenspeech in de politieke arena misschien of zelfs nog die eerste stap om ja te zeggen om jezelf te kandideren voor de raad, de provinciale staten of het waterschap? Weet je nog hoe dat voelde?

Dacht je misschien dat de politiek niets voor jou is, of dat je helemaal niet goed bent in spreken in het openbaar? Dacht je eraan om deze beurt over te slaan? Zo voel ik mij nu precies!

Zelf sta ik op het punt om mijn online programma te lanceren. Maar iets houdt me tegen om die laatste puntjes op de i te zetten en alles de wereld in te sturen. Ik durf niet. Ik heb hier maanden naartoe gewerkt: een enquête uitgezet en met politici gesproken. Ik ben in de huid gekropen van de politica in de arena en heb haar angsten maar vooral ook haar dromen voor een mooiere samenleving en haar eigen rol daarin gevoeld. Op basis daarvan maakte ik een super mooi programma. Hier zit echt alles in wat je als politica wilt kunnen om politiek te bedrijven op een manier waarbij je verbindt met de burger en waarden voorop stelt zoals welzijn, geluk en samenwerken.

Ik weet gewoon dat dit heel veel politici gaat helpen om eindelijk eens werk te maken van hun droom en dat daar dan weer heel veel mensen van buiten de politiek heel blij van worden omdat zij die dromen delen. Alle deelnemers van mijn programma zullen gelukslobbyisten worden en zorgen voor een fijnere wijk, dorp of stad. En dat begint allemaal bij mijn community van bevlogen vrouwen die het verschil maken en elkaar willen steunen.

En toch …. dat kleine stemmetje in mijn hoofd …

Wat als …

… niemand erop zit te wachten?

… de techniek me in de steek laat?

… alles mislukt?

Dan denk ik even terug aan het interview dat ik deed met oud-wethouder Marlou Absil waarin zij haar tips voor vrouwen in de politiek geeft. Haar eerste tip?

Gewoon doen!

Wat is jouw tip?

Bekijk de video hier:

Burgermoeder: noviteit of vanzelfsprekendheid?

Gisteren heeft de gemeente Beek Christine van Basten-Boddin voorgedragen als nieuwe burgemeester. Daarmee wordt Van Basten-Boddin de allereerste vrouw die deze post in de gemeente mag vervullen. In Limburg werden de afgelopen tijd enkele vrouwelijke burgemeesters benoemd waardoor de stand nu op 10 van de 33 staat. Daarmee ligt het percentage vrouwelijke burgemeesters net boven het landelijke gemiddelde.

Een stijgende lijn dus, maar het is nog steeds geen reden tot feest. Want het blijft een uitzondering, iets bijzonders. Dat bleek ook bij de benoeming van Annemarie Penn-te Strake, Maastricht’s eerste vrouwelijke burgemeester. VVD-wethouder John Aerts zei toen: “[met de benoeming van een vrouw als burgemeester] laat Maastricht zien dat ze progressief durft te kiezen.” Een vrouw in de politiek-bestuurlijke wereld, het blijft in Limburg tot de dag van vandaag een noviteit.

Dan kunnen wij in Limburg beter een voorbeeld nemen aan wat er vorige week in Canada gebeurde. Daar presenteerde de nieuwe premier, Justin Trudeau zijn voltallig team van ministers en staatssecretarissen: 15 mannen en 15 vrouwen. Op de vraag waarom het voor hem persoonlijk zo belangrijk was om 50/50 mannen en vrouwen in zijn team te hebben zei hij: “Omdat het 2015 is en dit is hoe de samenleving eruit ziet!”

 

 

 

When an international disaster hits: start with a small act of kindness

We read about disasters and conflicts around the world almost every day, even in our local newspaper. But when I see news about international conflicts and war I often try to ignore and move on as quickly as possible. Not because I don’t care but just because I wonder what I can personally do with such horrible international news? If I do start thinking about big disasters in the world, like the MH17 or the international refugee crisis, it overwhelms me. It is too awful, too big and too unbearable. So I move on.

Or so I did, until 17th July 2014. On that day, the MH17 was shot out of the air in Ukraine. And this time I couldn’t ignore and move on as one of my very best friends was on that plane. This time it was not just another disaster far away from home. This time it was Pim who was being shot. This time an international conflict had an incredible impact on my life and friends. I don’t know but maybe this was my wake-up call like a lot of people experienced the past few days when the images of the 3-year old refugee boy were published.

Last autumn, I was invited to train a group of young women in Kosovo who had recently become politically active or were thinking about taking up a more active role in their party. I said yes as I strongly believe women have something to offer to our societies, whether at home or abroad. But maybe even more so as I felt I had to do something, even if it was just to honour my friend Pim de Kuijer who himself was very active in defending democracy around the world. Then again, I wasn’t too sure what I was going to teach abroad, let alone how me training women abroad was going to make a difference for the people in my street, my friends and family.

The real –and maybe obvious- reason became clear to me when I said goodbye to the women organisers in Kosovo. As a thank you they gave me a certificate that states: “Thanks Irene Janssen for your contribution in spreading democracy.”
It was only then that it hit me that we can all contribute to freedom and democracy; something so incredible valuable yet fragile that it can hit us all if we don’t keep defending it.

This week I was particularly touched by the pizza delivery in Brussels that opened up one day to bake and deliver pizzas for the many refugees in the city. And many of my friends handed in blankets and cloths or decided to support a charity that helps refugees. It reminded me of how we can all do something when an international disaster hits: just start with a small act of kindness!

Ken jij jouw talent?

Kun jij in een of twee zinnen aangeven wat jouw talenten zijn? Ben jij een goede luisteraar? Heb jij talent voor competitie? Of weet jij precies hoe je groepen in beweging moet krijgen?

Als je gaat solliciteren komt er soms zo’n vraag voorbij over talent of persoonlijkheid leiderschap, het liefst in de vorm van ‘kun je ons vertellen wat jouw sterktes en zwakten zijn?’. Dat voelt toch altijd een beetje als een valkuil, niet? Het lijkt wel haast alsof je moeten kiezen uit een paar standaard  antwoorden zoals ‘sommige collega’s vinden mij perfectionistisch, dat komt omdat ik altijd degene ben die het overzicht wil behouden en ervoor wil zorgen dat alles tot in de puntjes is verzorgd voor de klant’. 

 Tja …

Want wat test een organisatie hier nu echt mee? Vaak is het ook de hekkensluiter nadat opleiding en kennis aan de orde zijn gekomen. En je wordt uiteindelijk aangenomen op jouw kennis en ervaring.

Terwijl de slagingskans om te kunnen excelleren in een organisatie altijd te maken heeft met de organisatiecultuur en of je daar als mens in past. “Organisations hire for skills and fire for personality.”

Dat kan dus anders … moet zorgorganisatie Daelzicht hebben gedacht. Zij kozen voor een video waaruit spreekt wat voor soort mens ze zoeken: iemand met een het talent om zijn of haar collega’s te ondersteunen in de veranderprocessen vanuit de transitie in de zorg. Samenwerken (partnerschap) en eigenaarschap zijn belangrijke waarden voor de organisatie. Daarnaast zoeken ze naar iemand met creatief talent, want er wordt gevraagd naar een opvallende sollicitatie.

Hieronder vind je de video. Wat vind jij? Goede zet? Krijg je zin om te solliciteren? Of toch liever gewoon een CV op A4tje?

 

Jezelf zijn

Afgelopen week was ik met mijn zoon bij de oogarts en het oordeel was duidelijk: mijn 5-jarige moet een brilletje. “Achossie”, dacht ik nog, “wat sneu zo’n kleuter met een bril.” Want alhoewel ik zelf een bril draag, wens je dat toch niet je zoon toe. Gelukkig vond zoonlief het maar wat stoer, dus op naar de brillenwinkel.

We liepen binnen en mijn kleuter stapte direct af op het rek en zetten een bril op zijn hoofd die hij mooi vond: “Die moet het zijn, mama!”. Mooi, zul je denken, dat was dus snel geregeld …

Maar de bril die hij koos was paars met witte bloemetjes.

Tja, wat doe je dan? Zeker wanneer je als mama niet geloofd in jongens- en meisjesdingen en vind dat ieder kind zijn eigen weg en passie zou moeten kunnen volgen. Mijn kind ging dan ook al eens in maillot naar school en regelmatig draagt hij een t-shirt dat uit de ‘meisjes afdeling’ komt. Gewoon omdat hij dat mooi vond.

Die eerste dag dat hij in maillot naar school ging was overigens ook meteen de laatste: grote jongens hadden gezegd dat dat voor meisjes was. Jammer, maar dat gebeurd en zo kiest hij zijn eigen pad. De maillot blijft dus in de la liggen, geen man over boord per slot van rekening kost zo’n ding bij Zeeman maar een paar euro. Een bril is natuurlijk een heel ander verhaal, die moet langer meegaan.

Met lood in mijn schoenen zei ik daarom tegen mijn zoon dat ik het een mooie bril vond, dat hij die natuurlijk mocht hebben als hij dat wilde, maar dat er mogelijk kindjes zouden zijn die zouden vinden dat deze bril voor meisjes is. Even dacht hij na; zijn antwoord was kordaat: “Dan wordt ik gewoon boos!” zei hij.

“Wat dapper”, dacht ik maar ook, “hellup ik wil niet dat mijn kind gepest wordt!” En dus zei ik: “Dat is toch ook niet lief om boos te worden. En bovendien kan ik echt geen twee brillen kopen, weet je zeker dat je deze bril wil?”

Toen ik zijn reactie zag brak mijn moederhart. Hij keek ineens heel bedachtzaam en behoorlijk beteuterd. Ik zag ter plekke zijn zelfvertrouwen dalen, “misschien was zijn keuze toch niet zo’n goed idee?” “Wat als anderen zouden zeggen dat het een meisjesbril was?” Ik zocht een afleidingstactiek en een mooi compromis. Mijn redding: dezelfde bril in paars was ook zonder bloemetjes te krijgen, misschien wilde hij die hebben? “Ja maar mama, misschien zullen andere kindjes denken dat het een meisjesbril is omdat deze paar is…. Ik neem die wel.”

Het exemplaar waar we mee naar buiten liepen was het meest saaie, kleurloze exemplaar in het rek: een onopvallend brilletje in zwart van het soort dat vroeger ooit gratis in de ziektekosten verzekering zat.

Mijn kind zal niet gepest worden … althans niet vanwege het feit dat hij een meisjes bril zou dragen … maar het voelt niet goed.

 

 

Waarom burgemeesters allemaal mannen zijn

Een tijdje terug publiceerde Dagblad de Limburger een stuk over burgemeesters. Jos Bouten concludeert hier dat vrouwen ‘helemaal geen burgemeester willen worden’ en dat de kinderen van Burgemeester Petra Dassen dus gelijk hebben als ze zeggen dat ‘burgemeester toch mannen zijn’.

Bouten komt tot deze conclusie op basis van de cijfers dat er in Limburg veel minder vrouwen solliciteren naar het burgemeesters ambt dan mannen. Maar dat vrouwen minder solliciteren betekent nog niet dat ze niet zouden willen!

Er is namelijk iets dat veel krachtiger is dan cijfers, namelijk beelden. Herinnert u zich nog de foto van de vorige Gedeputeerde Staten in Limburg? Weet u wel die grijze pakken parade

Een blik op de de foto van het laatste congres van Nederlandse Burgemeesters geeft een zelfde beeld: grijze pakken parade plus een paar vrouwen (zie foto bij dit artikel).

Dat is het beeld dat wij, maar ook de kinderen van Petra Dassen iedere dag zien. Dat is ook de reden waarom we als we aan een burgemeester denken, we onmiddellijk een burgervader in ons hoofd hebben, geen burgermoeder. Eerder al schreef ik een blog over hoe sterk beelden ons denken over mannen en vrouwen bepalen. 

Vrouwen die de leiding nemen, het blijft lastig om ons daarbij een beeld te vormen, omdat dat beeld nog steeds zo zeldzaam is. Dat geldt voor mannen en ook voor vrouwen zelf. Maastricht kreeg onlangs haar allereerste vrouwelijke burgemeester en volgens VVD-wethouder John Aerts laat Maastricht daarmee zien dat ze “progressief” durft te kiezen. Een vrouw als burgemeester, het blijft nog een noviteit.

En dat is nu precies waarom er zo weinig vrouwen solliciteren: het is niet ‘normaal’ om een vrouw op een burgemeesters post te zien. En dat laatste is wat de geringe sollicitaties van vrouwen voor burgemeesterposten ook aantonen: vrouwen steken minder vaak de vinger op.

Vrouwelijk leiderschap: wie is jouw rolmodel?

Een rolmodel kan een ontzettend krachtige invloed hebben op hoe jij jouw vrouwelijke leiderschapskwaliteiten ontwikkelt. Daarom maak ik in mijn training EU safari vrouwelijk leiderschap altijd ruimte voor enkele van mijn persoonlijke rolmodellen. Vrouwen die stuk voor stuk hun eigenheid en kwaliteiten inzetten op een manier die bij hen past. Deze vrouwen inspireren mij en laten me over mijn eigen leiderschapsstijl nadenken. Deze week delen weer drie vrouwen hun verhaal met de deelnemers van de EU safari:</p><p>Marlou Absil is voor mij een uitstekend voorbeeld van een vrouw die haar vrouwelijke leiderschapskwaliteiten inzet om daarmee als politica het gat tussen de burger en de politiek te verkleinen. Als wethouder kreeg zij te maken met kritiek op de bouwplannen voor een nieuw gemeentehuis. Ze gebruikte haar kwetsbaarheid en nodigde burgers uit om in huiskamergesprekken te praten over hun zorgen. Het leidde tot een beter plan en meer tevreden inwoners van haar gemeente. Er was heel wat lef voor nodig om voor deze aanpak te kiezen.</p><p>Vivianne Heijnen heeft het als jonge dertiger al heel ver geschopt. Ze is hoofd van de Brusselse campus van de Universiteit Maastricht en fractievoorzitter van het CDA in Maastricht. “Ik geloof in mijzelf en ga ergens voor, daarin vertrouw ik op mijn eigen kracht.” Obstakels zijn er voor haar om weg te nemen. Tegelijkertijd merkt zij dat ze soms moet opboksen tegen vooroordelen over haar als ‘dat jonge meisje’. Een goede mentor in het begin van haar carrière liet haar zien dat zij in een zaal vol met ‘grijze pakken’ gewoon een vraag kon stellen en dat ze daarmee ook respect en waardering kreeg.</p><p>Lies Craeynest staat op het punt om meer management taken op zich te nemen nadat ze zich velen jaren vanuit haar vakinhoudelijke kennis voor een beter klimaat heeft ingezet als beleidsmedewerker voor Oxfam. Lies heeft een tomeloze drive: de passie spat er bij haar van af! Tegelijkertijd heeft ze een no-nonsens mentaliteit en ziet ze overal kansen een mogelijkheden. Als burger maakt ze zich sterk voor allerlei zaken zoals diversiteit en milieu. Ze neemt daarin vaak het voortouw en is echt de drijvende kracht van enkele burgerinitiatieven. “Vreemd genoeg neem ik privé heel vaak de leiding, maar in mijn werk tot op heden veel minder.” Dat gaat nu veranderen!</p><p>Voor diegene die er deze week bij zijn, ben ik benieuwd te horen wat zij meenemen van de gesprekken met deze drie vrouwen. Maar ik hoor ook heel graag wie jouw rolmodel is. Laat een comment achter en tag jouw rolmodel!</p>

Avondgasten over het tekort aan vrouwen in de politiek

Naar aanleiding van mijn blog ; en het stuk dat de Limburger publiceerde 10 maart 2015 over het tekort aan vrouwen in de Limburgse politiek, werd ik gevraagd om mijn verhaal toe te lichten bij de Limburgse radio en TV.

Het radio fragment van L1’s De Stemming in het kader van Internationale Vrouwendag vind je hier. De televisie fragmenten vind je hieronder terug.

Avondgasten & Limburg Vandaag

AvondGasten: “Waarom is het leeuwendeel van de Statenleden in Limburg blank, mannelijk en 50-plus? We praten erover met twee strijdbare vrouwen. Aan tafel communicatiestrateeg Irene Janssen en Saskia van der Laak van de Limburgse werkgeversvereniging.”

http://www.l1.nl/video/avondgasten-over-te-kort-aan-vrouwen-politiek-10-mrt-2015

TV Limburg; – Limburg Vandaag maakte een programma aan de vooravond van de verkiezingen van de Provinciale Staten. Vanaf 24:22m kun je horen waarom ik vind dat de Limburgse politiek wel wat meer vrouwen kan gebruiken.
http://www.tvl.nl/nl/video-embed?refpage=29395.

Meer vrouwen in de politiek, kies strategisch!

Aanstaande woensdag zijn de verkiezingen voor de provinciale staten. In Limburg bestaat de provinciale staten voor 81% uit mannen. Daarmee bungelt Limburg onderaan de lijst, overigens samen met Zeeland. Slechts 1/5 is dus vrouw ten opzichte van het Nederlands gemiddelde van 1/3. De grijze pakken parade voert in Limburg de boventoon en daarmee blijven vrouwelijke leiderschapskwaliteiten onbenut. En dat is een gemiste kans. Tegelijkertijd vraagt dit niet enkel aandacht in deze twee provincies.

Een veranderende economie waarin kennis delen en samenwerken binnen netwerkorganisaties voorop staat, vraagt om een ander soort leiderschap, ook in de politiek. Vrouwelijke leiderschapskwaliteiten zoals empathie, luisteren en samenwerken moeten daarom meer de ruimte krijgen in de politieke besluitvorming. Vrouwen beschikken vaker over sterk ontwikkelde vrouwelijke leiderschapskwaliteiten. Daarom heeft de politiek meer vrouwen nodig. Bovendien blijkt uit onderzoek dat deze kwaliteiten het best tot hun recht komen – ook bij mannen – in een gemengde groep die minimaal bestaat uit 1/3 vrouwen.

Wat betreft dat laatste is waakzaamheid geboden, want het landelijk percentage vrouwen in de provinciale staten zit – in tegenstelling tot wat je zou verwachten – in een daling. Van 36% in 2007, naar 34 % in 2011 en 32 % vrouwen op dit moment. Hierbij vallen we dus ook op landelijk niveau net onder die magische 1/3. En met slecht 31 % vrouwelijke kandidaten op de lijsten, zal dat percentage na de verkiezingen nog verder dalen.

De lijsten zijn gemaakt en de campagne is gevoerd, en nu bent jij als kiezer aan zet. Vind jij ook dat de politiek wel wat meer vrouwelijk leiderschap kan gebruiken? Stem dan op een vrouw! Maar doe dat wel strategisch.

Wil je niet enkel symbolisch stemmen, maar ook echt het verschil maken? Uit onderzoek blijkt dat je vooral niet automatisch op de hoogst genoteerde vrouw moet stemmen. Deze vrouw wordt namelijk meestal toch wel verkozen op basis van haar plek op de lijst. Hoe maakt je een strategische keuze? Simpel: je kiest voor de vrouw die op basis van haar plek net buiten de boot dreigt te vallen. Dat weet je wanneer je naar de peilingen kijkt. Hoeveel zetels heeft jouw partij in de peilingen? 4? Wie staat er dan op of in de buurt van die plek? Stem op haar. Omdat er in sommige provincies twee kiesdistricten zijn, leveren enkele partijen daarom ook twee lijsten in (bijv in Limburg en Noord-Brabant); dit zijn meestal de grotere partijen  (in Limburg oa PvdA, CDA en VVD). Is dat het geval, dan mag je het aantal stemmen uit de peilingen door twee delen. Staat jouw partij in de peilingen op 10 zetels? Deel het getal door twee en je komt op 5 uit. Welke vrouw staat er op of het dichts bij plek 5? Geef haar jouw stem en maak het verschil!

Gebrek aan vrouwelijk leiderschap in Limburgs Parlement

10 dagen na internationale vrouwendag kiest Nederland haar provinciaal bestuur. Opnieuw zullen deze regionale parlementen voornamelijk bestaan uit witte mannen van boven de 50. Ik noem het de grijze pakken parade. Op dit moment bestaat het Limburgs Parlement voor 81 % uit mannen en dat is een probleem.

Jonge mensen gaan niet meer naar de stembus en kiezers voelen zich steeds verder verwijdert van de politiek. En dat is ook niet gek. De grijze pakken parade slaagt er slecht in verbinding te maken met de kiezer omdat zij bij samenwerking steeds dezelfde mensen opzoeken (en daarmee ook steeds komen met dezelfde soort oplossingen). Mensen blijken namelijk eerder samen te werken met mensen die op henzelf lijken, dat is een onbewust proces. Niets menselijks is een politicus vreemd en dat verklaart het zogenaamde ‘old boys netwerk’.

En de burger? Zij herkent zich niet in onze volksvertegenwoordigers, omdat ze weinig mensen ziet waarmee ze zich kan identificeren. Maar ook omdat de besluitvorming uitkomsten biedt die niet meer voldoende toegerust is voor de maatschappelijke problemen waar we in de 21e eeuw voor staan.

Een veranderende economie waarin kennis delen en samenwerken binnen netwerkorganisaties voorop staat, vraagt om een ander soort leiderschap, ook in de politiek. Vrouwelijke leiderschapskwaliteiten zoals empathie, luisteren en samenwerken moeten daarom meer de ruimte krijgen in de politieke besluitvorming. Vrouwen beschikken vaker over sterk ontwikkelde vrouwelijke leiderschapskwaliteiten. Daarom heeft de politiek meer vrouwen nodig. Toch wordt een enkele vrouw vaak gauw een ‘man in een rok’ en dat heeft te maken met de huidige politieke cultuur waarin geen ruimte is voor deze vrouwelijke (of feminiene) kwaliteiten.

Uit onderzoek blijkt dat om een groepsdynamiek te veranderen van een ‘mannen’ of ‘macho’ cultuur naar een gemengde cultuur er minimaal 1/3 vrouwen in de groep nodig zijn. Mannen met sterk ontwikkelde vrouwelijke leiderschapskwaliteiten hebben we ook nodig voor deze cultuurverandering, maar daarmee alleen redden we het dus niet. Het begint met een goede samenstelling van het parlement waarin minimaal 1/3 vrouwen zitting heeft.

Op dit moment bestaat de Provinciale Staten voor slechts 1/5 uit vrouwen. Veel te weinig om iets te kunnen betekenen voor de groepsdynamiek. En ver onder het Nederlandse gemiddelde van 1/3. De kans dat dat snel verandert is trouwens klein; op de kieslijsten staan nu 29% vrouwen, maar deze vrouwen staan lang niet allemaal verkiesbaar.